UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

  Het oproepen naar het Goede en het verbieden van het slechte

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: Het oproepen naar het Goede en het verbieden van het slechte   di dec 18, 2012 11:15 am







Het oproepen naar het Goede en het verbieden van het slechte



Allah [سبحانه وتعالى] beveelt de gelovigen in de Koran:

‘O gij die gelooft, redt u zelf en uw gezinnen van het Vuur.’ [Soerat At-Tahrim: 6]

Het is ieders plicht niet alleen zichzelf maar ook anderen te behoeden voor het Vuur van de hel. De profeet Mohammad [صلى الله عليه وسلم] zei:

عَنْ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ عُمَرَ يَقُولُ : سَمِعْتُ رَسُولَ اللَّهِ صَلَّى اللَّه عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ : ‘ كُلُّكُمْ رَاعٍ وَكُلُّكُمْ مَسْئُولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ ، الإِمَامُ رَاعٍ وَ مَسْؤولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ ، وَالرَّجُلُ رَاعٍ فِي أَهْلِهِ وَهُوَ مَسْؤولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ ، وَالْمَرْأَةُ رَاعِيَةٌ فِي بَيْتِ زَوْجِهَا وَمَسْؤولَةٌ عَنْ رَعِيَّتِهَا ، وَالْخَادِمُ رَاعٍ فِي مَالِ سَيِّدِهِ و مَسْؤولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ ، قَالَ : وَحَسِبْتُ أَنْ قَدْ قَالَ وَالرَّجُلُ رَاعٍ فِي مَالِ أَبِيهِ وَ مَسْؤولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ ، وَكُلُّكُمْ رَاعٍ وَ مَسْؤولٌ عَنْ رَعِيَّتِهِ.’ صحيح البخاري

‘Abdullaah bin ‘Umar [رضي الله عنه] dat hij heeft gezegd: “De Boodschapper van Allah [صلى الله عليه وسلم] heeft gezegd: ‘Een ieder van jullie is een herder en eenieder van jullie is verantwoordelijk [voor zijn kudde]. Dus de Khalifah is een herder en hij is verantwoordelijk, en de man is de herder van zijn familie en hij is verantwoordelijk, de vrouw is een herder im het huis van haar man en zij is verantwoordelijk, en de slaaf is de herder van de rijkdom van zijn eigenaar en hij is verantwoordelijk. En de man is herder over de eigendommen van zijn vader en hij is verantwoordelijk. Een ieder van jullie is een herder, en eenieder van jullie verantwoordelijk [voor zijn kudde].” [Sahieh Al-Boekharie en Moeslim]


Wanneer er rampen en beproevingen over de gemeenschap komen laten zij zelfs niet degenen met rust die de gemeenschap totaal de rug hebben toegekeerd en een afgezonderd leven leiden. Zo’n ramp treft alles en iedereen of zij zich nu binnen of buiten de gemeenschap bevinden.
In de Koran staat:

“En behoedt u voor het onheil, dat niet alleen degenen, die onder u kwaad doen zal treffen. En weet, dat Allah streng is in het straffen.”[Soerat Al-Anfaal: 25]


Als de tijd van fitna komt zal het zowel de zondaar evenals de onschuldigen wegvegen, daar toen de Oemmah zich schuldig maakte aan misdaden en ongehoorzaamheid aan Allah [سبحانه وتعالى] en degenen die in afzondering leefden zich schuldig maakten aan het negeren van de plicht om de mensen de waarheid [Islam] te verkondigen en hen te waarschuwen. Deze wereld is een plaats voor strijden en verrichten van goede daden. Een plaats waar alle mensen hun levens weg gaan door onderlinge hulp en samenwerking. Doordat we samenleven brengt dit weer ontberingen en moeilijkheden met zich mee. We moeten leren hoe we het beste volgens de islam met anderen om behoren te gaan. Ieder van ons heeft de plicht zorg te dragen voor anderen. Iemand die dus de gemeenschap de rug toekeert omdat hij of onwillig is of niet in staat is de sociale problemen die voorkomen uit een samenleving te dragen en zijn alleen zijn eigen last op zijn rug draagt, is in feite een laffe soldaat in ‘De Slag van Het Leven.’


De islam heeft afzondering van de gemeenschap [een kluizenaarsleven] slechts in één situatie toegestaan; wanneer er grote wanorde en ontwrichting in de gemeenschap heerst en er geen centrale autoriteit is, onheil en rebellie hebben hun top bereikt en het is niet langer mogelijk de situatie onder controle te houden. Alleen in zo’n situatie kunnen mensen die niet de kracht en het vermogen bezitten weerstand te bieden aan zulke problemen zich terugtrekken uit de gemeenschap naar een veiligere bestemming.

Hadeeths [overleveringen] die gaan over het zich terugtrekken uit de gemeenschap gedurende de periode van Fitnah [wanorde, zonden overal] verwijzen naar zulke situaties, anders is het de plicht van iedere gezonde Moslim met een sterk hart zichzelf in te zetten de Islam te verkondigen en alle mogelijke pogingen te ondernemen de gemeenschap te redden door het proces van – Al-Amr bil Ma’roef Wa’l Nahy ‘an Al-Moenkar [Het oproepen naar het Goede en het verbieden van het slechte].

Dat is het model door de profeet [صلى الله عليه وسلم] aan de wereld getoond en gevolgd door zijn grote metgezellen in hun gerespecteerde werkzaamheden.

عن أبي سعيد الخدري رضي الله عنه قال : سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول : ( من رأى منكم منكرا فليغيره بيده ، فإن لم يستطع فبلسانه ، فإن لم يستطع فبقلبه ، وذلك أضعف الإيمان ) رواه مسلم .

Aboe Sa’eed Al-Khoedrie [رضي الله عنه] heeft overgeleverd dat de profeet [صلى الله عليه وسلم] zei: ”Hij die Al-Moenkar [iets slechts] te midden van jullie ziet, moet het veranderen met behulp van de hand; en als hij dit niet kan moet hij het met zijn tong doen, en als hij dat niet kan dan moet hij het met zijn hart [verafschuwen] en dat is de laagste vorm van Iman [geloof].” [Sahieh Moeslim]


Aansporen tot het goede en het slechte verbieden houdt in dat men anderen aanspoort en overhaalt het goede te doen en hen behoedt slecht te handelen. In de Koran staat:

“Jullie [ware gelovigen in Tawheed en ware volgelingen van de profeet [صلى الله عليه وسلم] en zijn Soennah] zijn de beste mensen ooit voor de mensheid voortgebracht, jullie bevelen wat goed is [Tawheed] en verbieden wat slecht is [Shirk, ongeloof en alles wat de islam heeft verboden], en jullie geloven in Allah..” [Soerat Ali-'imraan: 110]


Ook zegt Allah [سبحانه وتعالى]:

“De gelovigen, mannen en vrouwen, zijn beschermers van elkaar, zij bevelen [mensen] de Ma’roef [Tawheed; Eénheid van Allah] en verbieden de Moenkar [Ongeloof en Shirk] en zij verrichten hun gebeden volmaakt.” [Soerat At-Tauba: 71]

Het Moslim karakter wordt in de volgende Koran verzen genoemd:

“En beveelt elkaar standvastigheid en beveelt elkaar geduld.” [Soerat Al-'Asr: 3]

“..En beveelt geduld [Standvastigheid en zelfbeheersing] en beveel milddadigheid [daden van goedheid en medogen].” [Soerat Al-Balad: 17]


Dit is één van de leringen die de Islam ver boven andere religies en denkwijzen verheft; het islamitische principe van morele controle. De Islam verplicht de mensen zover als in hun vermogen ligt, de Moslim gemeenschap te behoeden voor enig corruptie in het morele gedrag. In de Islamitische Shari’ah is ieder individu de waker over zijn broeder. Dit is tegenstelling tot het Europese principe van ‘Persoonlijke Vrijheid’, waarbij een ieder alleen handelt uit eigenbelang, of uit eigen voordeel. Zoals eerder vermeld, heeft de profeet [صلى الله عليه وسلم] verklaard:

“Een ieder van jullie is een herder en eenieder van jullie is verantwoordelijk (voor zijn kudde).

De Koran legt de Moslims een duidelijke verplichting op, door de mensen aan te sporen en te leiden het goede te doen en hen te weerhouden en te laten afzien van het slechte.

De gedachte om in de maatschappij in ongenade te vallen en de angst om voor Allah [سبحانه وتعالى] te staan [Dag des Oordeels] en rekenschap te moeten afleggen voor onze daden zal een garantie worden voor een gezond, vroom en moreel gedrag. En tegelijkertijd zal elk lid van de gemeenschap verantwoordelijk zijn zijn broeders vanuit de duisternis van dwaling te leiden in het licht van de Ware Leiding.

In de Koran heeft Allah [سبحانه وتعالى] een verhaal overgeleverd uit de geschiedenis van Banu Israel [de kinderen van Israēl . Het was hen verboden te werken op Sabbat [zaterdag]. Eén van de Israelische steden was gelegen aan de kust. Zij vingen toch vis op Sabbat door een bepaalde strategie te gebruiken. Naar aanleiding van deze gebeurtenis ontstonden meningsverschillen onder de mensen van de stad, en zo ontstonden er drie groepen. Eén groep beging openlijk de zonde van het vangen van vis op de Sabbat. De tweede groep probeerde de eerste groep te behoeden deze zondevolle daad te plegen. De derde groep nam geen deel aan deze onwettige activiteit, maar zij probeerden het ook niet te verhinderen vis te vangen op de Sabbat noch ondernamen zij een poging hun standpunt te corrigeren. Zij zeiden tegen degenen die door advies probeerden de eerste groep tegen te houden van het vis vangen op de Sabbat: “Wat is het nut van het adviseren en overreden van diegenen die Allah [سبحانه وتعالى] zal verwoesten voor de misdaad door hen begaan.” Maar toen de straf van Allah [سبحانه وتعالى] hen overviel werd alleen de tweede groep gered. Deze groep kwam zijn plicht van rechtschapen gedrag na aan de groep die zondigde en zo werden zij gered.

De eerste en derde groep werden verwoest. De eerste groep voor z’n zonde en de derde omdat die faalde in zijn plicht van het aanbevelen van rechtschapen gedrag. Over hen staat in Soerat Al-A’raaf:

“En toen een deel van hun Oemma zei: ‘Waarom preek je tegen een volk dat Allah zal verwoesten of straffen met een zware kwelling?’ Degenen die preekten zeiden: ‘Ten einde vrij te zijn aan schuld tegenover Allah en misschien zullen zij Allah vrezen.’ Toen zij de herinneringen vergaten die aan hen gegeven waren redden Wij hen die slechtheid verboden, maar Wij grepen degenen die slecht deden met een zware kwelling omdat zij rebelleerden [in opstand kwamen] en ongehoorzaam waren aan Allah.” [Soerat Al-A'raaf: 164/165]

Dit verhaal laat ons zien hoe belangrijk het is, je moslimbroeder of zuster te redden van het vervallen in zonde en degene te redden die al in zonde leeft. Ook laat het zien wat een essentieel deel dit is van een ieders morele plicht. Het is dus onze plicht te adviseren, te vermanen en aan te sporen tot het goede, zoveel als binnen ons vermogen ligt. Maar als wij alles hebben geprobeerd en degenen die zondigen willen niet veranderen en luisteren, zullen wij daar niet de straf voor krijgen. Als we onze plichten niet nakomen, dan zal Allah [سبحانه وتعالى] ons ook straffen. Zo lezen we in de Koran:

“Op de boodschapper rust slechts [de plicht van] het overbrengen [der boodschap]. En Allah weet, wat gij openbaart en wat gij verbergt.”[Soerat Al-Ma'eda: 99]

Ook lezen wij:

“O, gij die gelooft, past op uzelf. Hij die dwaalt kan u niet schaden wanneer gij juist geleid zijt. Tot Allah zult gij allen terugkeren, dan zal Hij u tonen wat gij gedaan hebt.”[Soerat Al-Ma'eda: 105]

De profeet Mohammad [صلى الله عليه وسلم] zei:

عن أبي بكر الصديق رضي الله عنه أنه قال : يا أيها الناس إنكم تقرءون هذه الآية : {يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا عَلَيْكُمْ أَنفُسَكُمْ ۖ لَا يَضُرُّكُم مَّن ضَلَّ إِذَا اهْتَدَيْتُمْ} وتضعونها في غير موضعها ولا تدرون ما هي، وإني سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول : ” إن الناس إذا رأوا منكرا فلم يغيروه يوشك أن يعمهم الله تعالى بعقابه.” رواه أبو داو والترمذي والنسائي

Aboe Bakr Al-Siddiq [رضي الله عنه] zei, nadat hij de Ayaah: ”O, gij die gelooft, past op uzelf. Hij die dwaalt kan u niet schaden wanneer gij juist geleid zijt.” [Soerat Al-Ma'eda: 105] reciteerde tegen de mensen: “Mensen jullie lezen de Ayah maar jullie plaatsen hem verkeerd [jullie begrijpen hem verkeerd]. Want ik heb Rasoel-Allah [صلى الله عليه وسلم] horen zeggen: ‘Als de mensen een zondaar die een zonde pleegt zien en hem niet tegenhouden, staat Allah op het punt hen allemaal daarvoor straffen.” [Soenan Aboe Dawoed, Al-Tirmithi, An-Nasa'ee, Hadith Sahieh]


Alleen als de Oemma handelt als bewaker van de morele leringen is hun instandhouding gewaarborgd. Een ander gegeven, wat wij wijd verspreid om ons heen zien gebeuren, is dat morele aangelegenheden uitsluitend en alleen privéaangelegenheden zijn van ieder individu persoonlijk. Hun voor- of nadelen zijn alleen gebonden aan de persoon die de daad pleegt zonder te toetsen of die in overeenstemming zijn met de Islam. Als we de zaak dieper en beter in ogenschouw nemen, zullen wij ons realiseren dat de effecten hiervan in de hele Oemma beïnvloeden.

Als een ieder doet wat hij/zij goed acht voor zichzelf zonder te kijken of het volgens de Koran en Soenna is, is dit slecht voor de hele Oemma. Ieder individu heeft een andere mening, dus zal er nooit eenheid zijn. Datgene wat een persoon goed acht voor zichzelf hoeft niet goed te zijn voor de hele Oemma. Als individuen zo blijven handelen (dus volgens hun eigen wil) verspreidt dit gedrag zich van de ene na de andere en zo verder, totdat dit gedrag de hele Oemma omvat. Als er vervolgens niets wordt gedaan om deze slechtheden te stoppen, beschouwen de mensen ze als makkelijk en acceptabel en denken dat dit alles heel gewoon en onbelangrijk is. Gaandeweg verspreidt dit gif zich steeds verder totdat de mensen beginnen te twijfelen of het eigenlijk wel slechtheden zijn. Het resultaat in zeer korte tijd is de morele achteruitgang van de gehele samenleving. De Oemma raakt corrupt en raakt in de laagste morele diepgang.

عن ابن مسعود رَضِيِ اللَّهُ عَنْهُ قال، قال رَسُول اللَّهِ : ‘إن أول ما دخل النقص على بني إسرائيل أنه كان الرجل يلقى الرجل فيقول: يا هذا اتق اللَّه ودع ما تصنع فإنه لا يحل لك، ثم يلقاه من الغد وهو على حاله فلا يمنعه ذلك أن يكون أكيله وشريبه وقعيده. فلما فعلوا ذلك ضرب اللَّه قلوب بعضهم ببعض) ثم قال: {لعن الذين كفروا من بني إسرائيل على لسان داود وعيسى ابن مريم، ذلك بما عصوا وكانوا يعتدون، كانوا لا يتناهون عن منكر فعلوه، لبئس ما كانوا يفعلون؛ ترى كثيراً منهم يتولون الذين كفروا؛ لبئس ما قدمت لهم أنفسهم} إلى قوله {فاسقون} (المائدة 78-81) ثم قال: (كلا والله لتأمرن بالمعروف، ولتنهون عن المنكر، ولتأخذن على يد الظالم ولتأطرنه على الحق أطراً، ولتقصرنه على الحق قصراً، أو ليضربن اللَّه بقلوب بعضكم على بعض ثم ليلعنكم كما لعنهم.’ رواه أبو داود والترمذي وَقَالَ حَدِيثٌ حَسَنٌ. هذا لفظ أبي داود.

Overgeleverd door ibn Mas’ood [رَضِيِ اللَّهُ عَنْهُ] dat de profeet [صلى الله عليه وسلم] heeft gezegd: ”Het eerste gebrek wat zich ontwikkelde bij de joden was dat een persoon een ander ontmoette en zei: ‘Vrees Allah en vermijd hetgeen onwettig is.’ Maar toen hij de zondige persoon de volgende dag ontmoette vond hij geen verandering in hem, maar deze keer zei hij niets tegen hem en weerhield hij zich en niet van met hem [zondaar] te eten, te drinken en met hem te zitten. Daardoor bedierf Allah de harten van zulke mensen door hun omgang met anderen [degenen met zwarte harten, zondaren].Vervolgens reciteerde de profeet Soerat Al-Ma’eda: 78-81. De profeet [صلى الله عليه وسلم] zei verder: ”Zeker, het is niet zoals jullie denken. Bij Allah, jullie moeten het goede bevelen en het slechte verbieden en de hand van de zondaar vasthouden en hem tegenhouden slecht te handelen en hem standvastig aan de waarheid maken, anders zal Allah jullie samen met anderen (zondaren) straffen en jullie zullen vervloekt worden zoals de joden.” [Soenan Aboe Dawoed en Al-Tirmithi
]

Het goede bevelen en het slechte verbieden kan men niet uitdragen zonder kennis. Als je onwetend bent over een bepaalde kwestie, en er niet genoeg kennis over hebt, kan je het goede niet bevelen. Over hetgeen men van “Al-Amr bil Ma’roef Wa’l Nahy ‘an Al-Moenkar” wil uitdragen moet men eerst zelf kennis opdoen. En daarbij moet men ook zelf de slechtheden laten en goede werken verrichten. Allah [سبحانه وتعالى] zegt:

“En verwart de waarheid niet met de onwaarheid, noch verbergt de waarheid tegen beter weten in.” [Soerat Al-Baqarah: 42]

Ook zegt Allah ‘Azza Wa Djal:

“Beveelt gij de mensen het goede te doen en vergeet daarbij u zelf, hoewel gij het Boek leest? Wilt gij dan niet begrijpen?” [Soerat Al-Baqarah: 44]

De profeet Mohammad zei:

عن أبي زيد أسامة بن زيد بن حارثة رضي الله عنهما قال: سمعت رسول الله صلى الله عليه وسلم يقول : ‘يؤتى بالرجل يوم القيامة فليقي في النار، فتندلق أقتابُ بطنه، فيدور بها كما يدورُ الحمارُ في الرحا، فيجتمع إليه أهل النار فيقولون يا فلان مالك؟ ألم تكن تأمرُ بالمعروف وتنهى عن المنكر؟ فيقول : بلى كنت آمرُ بالمعروف ولا آتيه، وأنهى عن المنكر وآتيه.’ متفق عليه

Overgeleverd door Abi Zayd ibn Oesaamah ibn Zayd ibn Haritha [رضي الله عنهما] dat hij de profeet [صلى الله عليه وسلم] heeft horen zeggen: ”Op de Dag des Oordeels zal een man gebracht worden en in de Hel worden gegooid, zijn darmen zullen uit zijn buik komen. En hij zal rond gaan zijn darmen vasthouden in de Hel als een ezel die rond een maalsteen loopt.” Alle mensen van de Hel zullen bij hem komen en tegen hem zeggen: ”O, die en die! Beval jij andere niet het goede te doen en verbood hen het slechte?” De man zal zeggen: ”Ik beval het goede te doen, maar ikzelf deed het nooit en ik verbood het slechte terwijl ik zelf het slechte deed.” [Sahieh Al-Boekhari en Moeslim]


Ook is het noodzakelijk dat deze adviezen en vermaningen op de geschikte manier worden toegepast. Men moet elke vorm van grofheid en ruwheid vermijden en volledig rekenschap geven van hetgeen op dat moment en in die situatie noodzakelijk is. Allah [سبحانه وتعالى] zei:

“Nodig (allen) uit tot de Weg van jouw Heer met wijsheid en goede woorden..”[Soerat An-Nahl: 125]

Toen de profeten Haroen en Moesa [عليم السلام] naar Fir’aun [Farao] werden gestuurd werd hen verteld:

“En spreek tegen hem milde woorden.” [Soerat Taaha: 44]

En ook:

Allah weet wat in het hart van dezen [de Munafiqeen] is. Wend u daarom van hen af en vermaan hen en spreek tot hen een doeltreffend woord ten bate van henzelf.” [Soerat An-Nisaa: 63]

Al deze voorzorgsmaatregelen worden genomen en al deze punten worden benadrukt zodat de mensen niet verhard en onwillig worden maar juist hun harten worden geopend door Al-Islam. We moeten natuurlijk voorkomen dat door onze houding, in het uitdragen van “Al-Amr bil Ma’roef Wa’l Nahy ‘an Al-Moenkar” er slechte resultaten worden bereikt en de mensen worden verwijderd raken van de Rechte Weg.

“Allah zal ongetwijfeld degene ondersteunen die Hem helpt – Allah is inderdaad Sterk, Almachtig. Degenen die, indien Wij hen op aarde vestigen, het gebed verrichten en de Zakaat betalen en het goede bevelen en het kwade verbieden. En het eindbesluit in alles berust bij Allah.” [Soerat Al-Hadj: 40/41]

Zo is het een ieders plicht “Al-Amr bil Ma’roef Wa’l Nahy ‘an Al-Moenkar” op zijn eigen terrein en plaats uit te dragen. De Amier en regeerders van een Moslimland door handhaving van de Shari’ah, en ieder individu in zijn directe omgeving waarvoor hij/zij verantwoordelijk is. Zoals we lazen aan het begin in een Hadieth:

“Een ieder van jullie is een herder en eenieder van jullie is verantwoordelijk (voor zijn kudde).”

Laten we daarom allen deze taak ook op ons nemen, om zo onszelf te veranderen en te sterken en een sterke Moslim Oemma te worden en te bouwen.

En onze laatste woorden zijn Al-Hamdulillahi Rabbi Al-’Alameen



Bronvermelding:

Riyadh-us-Saleheen
Seerat-un Nabie door Sheikh Syed Sulaymaan Nadvi
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
Het oproepen naar het Goede en het verbieden van het slechte
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Verlangen naar de zomer

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Amr bil ma'rouf & Nahi a3nil munker= Goede aansporen en slechte verbieden :: Amr bil ma'rouf = Goede aansporen-
Ga naar: