UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Surah Al-Qamar

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: Surah Al-Qamar   za jan 12, 2013 1:42 pm


بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

اِقۡتَرَبَتِ السَّاعَۃُ وَ انۡشَقَّ الۡقَمَرُ ﴿۱﴾

054.001 Iqtarabati alssaAAatu wainshaqqa alqamaru

1. Het Uur is nabij, en de Maan is opengespleten.


وَ اِنۡ یَّرَوۡا اٰیَۃً یُّعۡرِضُوۡا وَ یَقُوۡلُوۡا سِحۡرٌ مُّسۡتَمِرٌّ ﴿۲﴾

054.002 Wa-in yaraw ayatan yuAAridoo wayaqooloo sihrun mustamirrun

2. Maar als zij (de ongelovigen) een teken zien wenden zij zich er van af en zeggen: "Een voortdurende toverkunst."


وَ کَذَّبُوۡا وَ اتَّبَعُوۡۤا اَہۡوَآءَہُمۡ وَ کُلُّ اَمۡرٍ مُّسۡتَقِرٌّ ﴿۳﴾

054.003 Wakaththaboo waittabaAAoo ahwaahum wakullu amrin mustaqirrun

3. Zij verloochenen en volgen hun eigen begeerten. Maar elke verordening (Gods) zal plaats hebben.


وَ لَقَدۡ جَآءَہُمۡ مِّنَ الۡاَنۡۢبَآءِ مَا فِیۡہِ مُزۡدَجَرٌ ۙ﴿۴﴾

054.004 Walaqad jaahum mina al-anba-i ma feehi muzdajarun

4. En er zijn reeds tijdingen tot hen gekomen waarin een waarschuwing ligt.


حِکۡمَۃٌۢ بَالِغَۃٌ فَمَا تُغۡنِ النُّذُرُ ۙ﴿۵﴾

054.005 Hikmatun balighatun fama tughnee alnnuthuru

5. Volmaakte wijsheid; maar de waarschuwingen helpen hen niet.


فَتَوَلَّ عَنۡہُمۡ ۘ یَوۡمَ یَدۡعُ الدَّاعِ اِلٰی شَیۡءٍ نُّکُرٍ ۙ﴿۶﴾

054.006 Fatawalla AAanhum yawma yadAAu alddaAAi ila shay-in nukurin

6. Wend u daarom van hen af. De Dag waarop de aankondiger hen zal roepen tot iets onaangenaams,


خُشَّعًا اَبۡصَارُہُمۡ یَخۡرُجُوۡنَ مِنَ الۡاَجۡدَاثِ کَاَنَّہُمۡ جَرَادٌ مُّنۡتَشِرٌ ۙ﴿۷﴾

054.007 KhushshaAAan absaruhum yakhrujoona mina al-ajdathi kaannahum jaradun muntashirun

7. Dan zullen zij met nedergeslagen ogen uit hun graven komen als verstrooide sprinkhanen,


مُّہۡطِعِیۡنَ اِلَی الدَّاعِ ؕ یَقُوۡلُ الۡکٰفِرُوۡنَ ہٰذَا یَوۡمٌ عَسِرٌ ﴿۸﴾

054.008 MuhtiAAeena ila alddaAAi yaqoolu alkafiroona hatha yawmun AAasirun

8. Zich naar de omroeper haastend. De ongelovigen zullen zeggen "Dit is een moeilijke dag."


کَذَّبَتۡ قَبۡلَہُمۡ قَوۡمُ نُوۡحٍ فَکَذَّبُوۡا عَبۡدَنَا وَ قَالُوۡا مَجۡنُوۡنٌ وَّ ازۡدُجِرَ ﴿۹﴾

054.009 Kaththabat qablahum qawmu noohin fakaththaboo AAabdana waqaloo majnoonun waizdujira

9. Vóór hen verloochende het volk van Noach, zij verloochenden Onze dienaar en zeiden: "Een waanzinnige." En hij werd verdreven.


فَدَعَا رَبَّہٗۤ اَنِّیۡ مَغۡلُوۡبٌ فَانۡتَصِرۡ ﴿۱۰﴾

054.010 FadaAAa rabbahu annee maghloobun faintasir

10. Daarom bad hij tot zijn Heer: "Ik ben gewis verslagen, sta mij bij."


فَفَتَحۡنَاۤ اَبۡوَابَ السَّمَآءِ بِمَآءٍ مُّنۡہَمِرٍ ﴿۫ۖ۱۱﴾

054.011 Fafatahna abwaba alssama-i bima-in munhamirin

11. Toen openden Wij de poorten van de hemel voor het stromende water.


وَّ فَجَّرۡنَا الۡاَرۡضَ عُیُوۡنًا فَالۡتَقَی الۡمَآءُ عَلٰۤی اَمۡرٍ قَدۡ قُدِرَ ﴿ۚ۱۲﴾

054.012 Wafajjarna al-arda AAuyoonan failtaqa almao AAala amrin qad qudira

12. En Wij spleten de aarde door bronnen, waar door de wateren elkander ontmoetten volgens een vastgesteld plan.


وَ حَمَلۡنٰہُ عَلٰی ذَاتِ اَلۡوَاحٍ وَّ دُسُرٍ ﴿ۙ۱۳﴾

054.013 Wahamalnahu AAala thati alwahin wadusurin

13. En Wij droegen hem op iets, bestaande uit planken en spijkers.


تَجۡرِیۡ بِاَعۡیُنِنَا ۚ جَزَآءً لِّمَنۡ کَانَ کُفِرَ ﴿۱۴﴾

054.014 Tajree bi-aAAyunina jazaan liman kana kufira

14. Het dreef onder Onze ogen voort als een beloning voor hem, die verworpen was.


وَ لَقَدۡ تَّرَکۡنٰہَاۤ اٰیَۃً فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿۱۵﴾

054.015 Walaqad taraknaha ayatan fahal min muddakirin

15. En Wij maakten dit tot een teken. Is er iemand die er lering uit trekt?


فَکَیۡفَ کَانَ عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۱۶﴾

054.016 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri

16. Hoe vreselijk was Mijn straf en Mijn waarschuwing!


وَ لَقَدۡ یَسَّرۡنَا الۡقُرۡاٰنَ لِلذِّکۡرِ فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿۱۷﴾

054.017 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin

17. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?


کَذَّبَتۡ عَادٌ فَکَیۡفَ کَانَ عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۱۸﴾

054.018 Kaththabat AAadun fakayfa kana AAathabee wanuthuri

18. Aad verloochende eveneens. Hoe (ernstig) was Mijn straf en Mijn waarschuwing!


اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ رِیۡحًا صَرۡصَرًا فِیۡ یَوۡمِ نَحۡسٍ مُّسۡتَمِرٍّ ﴿ۙ۱۹﴾

054.019 Inna arsalna AAalayhim reehan sarsaran fee yawmi nahsin mustamirrin

19. Wij zonden een woedende wind tegen hen, op een kwade, onvergetelijke dag.


تَنۡزِعُ النَّاسَ ۙ کَاَنَّہُمۡ اَعۡجَازُ نَخۡلٍ مُّنۡقَعِرٍ ﴿۲۰﴾

054.020 TanziAAu alnnasa kaannahum aAAjazu nakhlin munqaAAirin

20. Die mensen wegtrok als waren zij de stammen van ontwortelde palmbomen.


فَکَیۡفَ کَانَ عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۲۱﴾

054.021 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri

21. Hoe groot was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!


وَ لَقَدۡ یَسَّرۡنَا الۡقُرۡاٰنَ لِلذِّکۡرِ فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿٪۲۲﴾

054.022 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin

22. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?


کَذَّبَتۡ ثَمُوۡدُ بِالنُّذُرِ ﴿۲۳﴾

054.023 Kaththabat thamoodu bialnnuthuri

23. Ook (het volk van) Samoed verloochende de waarschuwers.


فَقَالُوۡۤا اَبَشَرًا مِّنَّا وَاحِدًا نَّتَّبِعُہٗۤ ۙ اِنَّاۤ اِذًا لَّفِیۡ ضَلٰلٍ وَّ سُعُرٍ ﴿۲۴﴾

054.024 Faqaloo abasharan minna wahidan nattabiAAuhu inna ithan lafee dalalin wasuAAurin

24. En zij zeiden: "Moeten wij een man uit ons midden volgen? Dan zouden wij inderdaad verdwaald en krankzinnig zijn.


ءَاُلۡقِیَ الذِّکۡرُ عَلَیۡہِ مِنۡۢ بَیۡنِنَا بَلۡ ہُوَ کَذَّابٌ اَشِرٌ ﴿۲۵﴾

054.025 Aolqiya alththikru AAalayhi min baynina bal huwa kaththabun ashirun

25. Is de vermaning hem alleen gegeven? Nee, hij is een grote leugenaar en misdadiger."


سَیَعۡلَمُوۡنَ غَدًا مَّنِ الۡکَذَّابُ الۡاَشِرُ ﴿۲۶﴾

054.026 SayaAAlamoona ghadan mani alkaththabu al-ashiru

26. Morgen zullen zij weten wie de grote leugenaar en misdadiger is!


اِنَّا مُرۡسِلُوا النَّاقَۃِ فِتۡنَۃً لَّہُمۡ فَارۡتَقِبۡہُمۡ وَ اصۡطَبِرۡ ﴿۫۲۷﴾

054.027 Inna mursiloo alnnaqati fitnatan lahum fairtaqibhum waistabir

27. Wij zullen de kameel zenden om hen op de proef te stellen. Let daarom op hen en heb geduld.


وَ نَبِّئۡہُمۡ اَنَّ الۡمَآءَ قِسۡمَۃٌۢ بَیۡنَہُمۡ ۚ کُلُّ شِرۡبٍ مُّحۡتَضَرٌ ﴿۲۸﴾

054.028 Wanabbi/hum anna almaa qismatun baynahum kullu shirbin muhtadarun

28. En zeg hun, dat het water tussen hen is verdeeld en dat de tijd van elke drinkbeurt in acht moet worden genomen.


فَنَادَوۡا صَاحِبَہُمۡ فَتَعَاطٰی فَعَقَرَ ﴿۲۹﴾

054.029 Fanadaw sahibahum fataAAata faAAaqara

29. Maar zij riepen hun metgezel, deze nam het (kameel) en verlamde het.


فَکَیۡفَ کَانَ عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۳۰﴾

054.030 Fakayfa kana AAathabee wanuthuri

30. Hoe vreselijk was toen Mijn straf en Mijn waarschuwing!


اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ صَیۡحَۃً وَّاحِدَۃً فَکَانُوۡا کَہَشِیۡمِ الۡمُحۡتَظِرِ ﴿۳۱﴾

054.031 Inna arsalna AAalayhim sayhatan wahidatan fakanoo kahasheemi almuhtathiri

31. Wij zonden een enkele straf tegen hen en zij werden als droog, vertrapt stro.


وَ لَقَدۡ یَسَّرۡنَا الۡقُرۡاٰنَ لِلذِّکۡرِ فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿۳۲﴾

054.032 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin

32. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?


کَذَّبَتۡ قَوۡمُ لُوۡطٍۭ بِالنُّذُرِ ﴿۳۳﴾

054.033 Kaththabat qawmu lootin bialnnuthuri

33. Het volk van Lot verloochende de waarschuwers ook.


اِنَّاۤ اَرۡسَلۡنَا عَلَیۡہِمۡ حَاصِبًا اِلَّاۤ اٰلَ لُوۡطٍ ؕ نَجَّیۡنٰہُمۡ بِسَحَرٍ ﴿ۙ۳۴﴾

054.034 Inna arsalna AAalayhim hasiban illa ala lootin najjaynahum bisaharin

34. En Wij zonden een storm van stenen over hen allen met uitzondering van de familie van Lot, die Wij bij de dageraad verlosten,


نِّعۡمَۃً مِّنۡ عِنۡدِنَا ؕ کَذٰلِکَ نَجۡزِیۡ مَنۡ شَکَرَ ﴿۳۵﴾

054.035 NiAAmatan min AAindina kathalika najzee man shakara

35. Als een gunst van Ons. Zo belonen Wij hen die dank betuigen.


وَ لَقَدۡ اَنۡذَرَہُمۡ بَطۡشَتَنَا فَتَمَارَوۡا بِالنُّذُرِ ﴿۳۶﴾

054.036 Walaqad antharahum batshatana fatamaraw bialnnuthuri

36. En Lot had hen inderdaad voor Onze straf gewaarschuwd maar zij trokken de waarschuwingen in twijfel.


وَ لَقَدۡ رَاوَدُوۡہُ عَنۡ ضَیۡفِہٖ فَطَمَسۡنَاۤ اَعۡیُنَہُمۡ فَذُوۡقُوۡا عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۳۷﴾

054.037 Walaqad rawadoohu AAan dayfihi fatamasna aAAyunahum fathooqoo AAathabee wanuthuri

37. En zij trachtten hem van zijn gasten af te keren. Daarom verblindden Wij hun ogen en zeiden: "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."


وَ لَقَدۡ صَبَّحَہُمۡ بُکۡرَۃً عَذَابٌ مُّسۡتَقِرٌّ ﴿ۚ۳۸﴾

054.038 Walaqad sabbahahum bukratan AAathabun mustaqirrun

38. En de volgende morgen vroeg kwam er een blijvende straf over hen.


فَذُوۡقُوۡا عَذَابِیۡ وَ نُذُرِ ﴿۳۹﴾

054.039 Fathooqoo AAathabee wanuthuri

39. "Ondergaat nu Mijn straf en Mijn waarschuwing."


وَ لَقَدۡ یَسَّرۡنَا الۡقُرۡاٰنَ لِلذِّکۡرِ فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿٪۴۰﴾

054.040 Walaqad yassarna alqur-ana lilththikri fahal min muddakirin

40. En Wij hebben inderdaad de Kuran gemakkelijk gemaakt ter vermaning. Is er iemand die er lering uit trekt?


وَ لَقَدۡ جَآءَ اٰلَ فِرۡعَوۡنَ النُّذُرُ ﴿ۚ۴۱﴾

054.041 Walaqad jaa ala firAAawna alnnuthuru

41. Er kwamen ook waarschuwers tot het volk van Pharao.


کَذَّبُوۡا بِاٰیٰتِنَا کُلِّہَا فَاَخَذۡنٰہُمۡ اَخۡذَ عَزِیۡزٍ مُّقۡتَدِرٍ ﴿۴۲﴾

054.042 Kaththaboo bi-ayatina kulliha faakhathnahum akhtha AAazeezin muqtadirin

42. Zij verwierpen al Onze tekenen, daarom grepen Wij hen gelijk het grijpen van een krachtige en machtige.


اَکُفَّارُکُمۡ خَیۡرٌ مِّنۡ اُولٰٓئِکُمۡ اَمۡ لَکُمۡ بَرَآءَۃٌ فِی الزُّبُرِ ﴿ۚ۴۳﴾

054.043 Akuffarukum khayrun min ola-ikum am lakum baraatun fee alzzuburi

43. Zijn uw ongelovigen beter dan dezen? Of bent u vrijgesteld in de geschriften?


اَمۡ یَقُوۡلُوۡنَ نَحۡنُ جَمِیۡعٌ مُّنۡتَصِرٌ ﴿۴۴﴾

054.044 Am yaqooloona nahnu jameeAAun muntasirun

44. Zeggen zij: "Wij zijn een overwinnende schare?"


سَیُہۡزَمُ الۡجَمۡعُ وَ یُوَلُّوۡنَ الدُّبُرَ ﴿۴۵﴾

054.045 Sayuhzamu aljamAAu wayuwalloona alddubura

45. De scharen zullen allen op de vlucht worden gejaagd en zij zullen hun rug tonen.


بَلِ السَّاعَۃُ مَوۡعِدُہُمۡ وَ السَّاعَۃُ اَدۡہٰی وَ اَمَرُّ ﴿۴۶﴾

054.046 Bali alssaAAatu mawAAiduhum waalssaAAatu adha waamarru

46. Nee, het Uur is hun vastgestelde tijd en het Uur zal uiterst rampzalig en bitter zijn.


اِنَّ الۡمُجۡرِمِیۡنَ فِیۡ ضَلٰلٍ وَّ سُعُرٍ ﴿ۘ۴۷﴾

054.047 Inna almujrimeena fee dalalin wasuAAurin

47. Voorzeker, de overtreders zullen in dwaling verkeren en zich in een vlammend Vuur bevinden.


یَوۡمَ یُسۡحَبُوۡنَ فِی النَّارِ عَلٰی وُجُوۡہِہِمۡ ؕ ذُوۡقُوۡا مَسَّ سَقَرَ ﴿۴۸﴾

054.048 Yawma yushaboona fee alnnari AAala wujoohihim thooqoo massa saqara

48. De Dag, waarop zij met hun aangezicht in het Vuur zullen worden gesleurd, zal er tot hen worden gezegd: "Voelt de aanraking der hel."


اِنَّا کُلَّ شَیۡءٍ خَلَقۡنٰہُ بِقَدَرٍ ﴿۴۹﴾

054.049 Inna kulla shay-in khalaqnahu biqadarin

49. Voorwaar, Wij hebben alles naar maat geschapen.


وَ مَاۤ اَمۡرُنَاۤ اِلَّا وَاحِدَۃٌ کَلَمۡحٍۭ بِالۡبَصَرِ ﴿۵۰﴾

054.050 Wama amruna illa wahidatun kalamhin bialbasari

50. En Ons gebod komt in één oogwenk.


وَ لَقَدۡ اَہۡلَکۡنَاۤ اَشۡیَاعَکُمۡ فَہَلۡ مِنۡ مُّدَّکِرٍ ﴿۵۱﴾

054.051 Walaqad ahlakna ashyaAAakum fahal min muddakirin

51. En Wij hebben inderdaad uw gelijken vernietigd. Is er iemand die er lering uit trekt?


وَ کُلُّ شَیۡءٍ فَعَلُوۡہُ فِی الزُّبُرِ ﴿۵۲﴾

054.052 Wakullu shay-in faAAaloohu fee alzzuburi

52. En al hetgeen zij deden staat in de geschriften.


وَ کُلُّ صَغِیۡرٍ وَّ کَبِیۡرٍ مُّسۡتَطَرٌ ﴿۵۳﴾

054.053 Wakullu sagheerin wakabeerin mustatarun

53. En alles, groot of klein, is nedergeschreven.


اِنَّ الۡمُتَّقِیۡنَ فِیۡ جَنّٰتٍ وَّ نَہَرٍ ﴿ۙ۵۴﴾

054.054 Inna almuttaqeena fee jannatin wanaharin

54. Voorwaar, de rechtvaardigen zullen te midden van tuinen en rivieren zijn.


فِیۡ مَقۡعَدِ صِدۡقٍ عِنۡدَ مَلِیۡکٍ مُّقۡتَدِرٍ ﴿٪۵۵﴾

054.055 Fee maqAAadi sidqin AAinda maleekin muqtadirin

55. Op de juiste plaats in de tegenwoordigheid van de Almachtige Koning.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
Surah Al-Qamar
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Quran :: Volledige Quran: Arabisch, Nederlandse interpretatie en fonetisch-
Ga naar: