UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 De Geloofsverklaring: Op de tong en in het hart

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: De Geloofsverklaring: Op de tong en in het hart   wo dec 19, 2012 5:13 am





De Geloofsverklaring: Op de tong en in het hart




Voorzeker, alle lof is aan Allah [سبحانه وتعالى]. We prijzen Hem en vragen Zijn hulp. We vragen Zijn vergiffenis en we zoeken onze toevlucht bij Hem tegen het kwaad van onze eigen zielen en voor de slechtheid van onze daden. Ieder die Hij leidt, zal nooit dwalen, en ieder die Hij laat dwalen, zal nooit leiding vinden. Ik getuig dat er geen ilaah [god] is dan Allah, Hij is de Enige, Hij heeft geen partner, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Zijn boodschapper is. Moge de Vrede en Zegeningen van Allah [سبحانه وتعالى] over hem zijn, over zijn familieleden, zijn metgezellen en over degenen die hem volgen in vroomheid tot de Dag des Oordeels. De beste woorden zijn die van Allah [سبحانه وتعالى] en de beste leiding is die van Mohammed [صلى الله عليه وسلم]. Het ergste kwaad is de innovatie in de religie; elke innovatie is een dwaling; en elke dwaling eindigt in de hel.

Volgens Imam ibn Al-Qayyim [رحمه الله] is het geloven in de Eénheid van Allah [سبحانه وتعالى] niet alleen het zeggen dat Allah De Enige Schepper is en dat Hij De Rabb en Meester van Alles is. Dit was ook wat de Koefaar zeiden, terwijl zij op hetzelfde moment vele goden aanbaden. Geloven in de Goddelijke Eénheid betekent niet alleen van Allah [سبحانه وتعالى] houden, maar ook onderwerping aan Hem, nederigheid voor Hem, complete gehoorzaamheid aan Hem en toewijding aan Hem alleen.

Het betekent dat we naar Zijn Genoegen in al onze woorden en daden streven, in datgene waaraan we ons vasthouden en in hetgeen we geven in onze liefde en in onze haat. Het kan nooit verward worden met de neiging ongehoorzaam te zijn, of te doen wat je zelf behaagt uit misleidend zelfbehagen.

Degene die dit in z’n hart sluit zal de woorden van de profeet Mohammad [صلى الله عليه وسلم] begrijpen:

قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: ‘إن الله حرم النار على من قال لا إله إلا الله يبتغي بذلك وجه الله’ وكذلك في قوله صلى الله عليه وسلم: ‘لا يدخل لنار من قال لا إله إلا الله’ رواه مسلم

“Voorzeker, Allah heeft het Vuur verboden van een ieder te nemen die zegt: ‘Er is geen god behalve Allah.’ en degene die Genoegen van Allah zegt.” En in een andere Hadith: “Een ieder die zegt: ‘Er is geen god behalve Allah.’ zal het Vuur niet binnengaan.” [Sahih Moeslim]




Dus wat betekenen deze overleveringen werkelijk?


Veel mensen hebben ze verkeerd begrepen en gaan zo ver te zeggen dat deze verklaringen later afgeschaft werden en dat ze voor de voltooiing van de Shari’ah werden gemaakt, voordat we wisten wat we wel en niet moesten doen. Anderen hebben gezegd dat het Vuur waarnaar zij verwijzen de Hel van de ongelovigen is, terwijl anderen het nog steeds interpreteren dat het echte binnengaan van het Vuur betekent het binnengaan voor eeuwig, dus ‘zal niet het Vuur [voor eeuwig] binnengaan’. Dit zijn slechts enkele van hun ongegronde interpretaties.

In feite zei de profeet [صلى الله عليه وسلم] niet dat dit enkel zou plaatsvinden door het uitspreken van de geloofsverklaring; dit zou ons gehele begrip van de Islam tegenspreken. De Moenafiqeen [huichelaars] zeggen deze woorden met hun tongen, maar zij zijn verzekerd van het diepste dal van de Hel en zullen zelfs ernstiger gestraft worden dan degenen die het feit betwisten dat er geen god is behalve Allah [سبحانه وتعالى]. Waarnaar verwezen wordt is uiteraard dat het een zaak is van zowel het hart als de tong.

Terwijl het hart gelooft, moet het zich ook de waarheid realiseren; het moet zich de betekenis van de woorden van de geloofsverklaring realiseren; wat ze ontkennen en wat ze bevestigen; realiseren dat er niets is zoals Allah [سبحانه وتعالى]; en realiseren dat het toeschrijven van goddelijkheid aan iets anders onmogelijk is. Dus z’n betekenis moet bewust en behoedzaam tot het hart worden genomen, met zekerheid en drang. Dit is wat je beschermt tegen het Vuur.

Dit roept het verhaal op van de man die honderd mannen had vermoord en ofschoon geloof in zijn hart rees besteedde hij er geen aandacht aan, door het uit zijn borst te duwen. Maar toen hij bij de deur van de dood kwam, ging het opnieuw zijn hart binnen en werd hij dus van diegenen die het Paradijs binnengingen. [Sahih Al-Boekhari en Moeslim]


En ook het verslag over de prostituee wiens hart bewogen werd door het zien van een hond naast een put die dorst had en in wanhoop stof at. Met geen hoger doel op hoop en beloning, vulde zij haar schoen tot aan de rand en gaf het aan de hond. Ofschoon de mensen hem sloegen nam zij hem bij z’n poot en kalmeerde hem totdat hij had gedronken, wetend dat [de hond] haar op geen manier kon belonen of zelfs kon bedanken. Haar goede handeling van liefde vlakte al haar voorafgaande zonden uit en dit is hoe zij werd vergeven.

Imam Moeslim heeft een Hadith vermeld waarin de profeet [صلى الله عليه وسلم] zei:

قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: “من قال: لا إله إلا الله ، وكفر بما يعبد من دون الله، حرم ماله ودمه، وحسابه على الله تعالى‏”‏ رواه مسلم‏

“Een ieder die zegt: ‘La illaha illa Allah’ en ontkent wat hij gewend was te aanbidden naast Allah, zal bemerken dat zijn leven en zijn eigendom zijn beschermd en zijn beloning is bij Allah..” [Sahih Moeslim]


Sheikh Mohammad ibnu Abdul-Wahab [رحمه الله] legt uit dat dit het grootste bewijs is wat we hebben van de ware betekenis van de geloofsverklaring. Aangezien noch leven noch eigendom zijn beschermd enkel door het uitspreken van deze woorden; voorzeker er is helemaal geen betekenis in het alleen maar zeggen ervan, noch in het verdedigen ervan, noch zelfs bij het aanroepen van Allah [سبحانه وتعالى] alleen.

Je leven en je eigendom zijn niet beschermd totdat je werkelijk ontkent wat je naast Allah [سبحانه وتعالى] aanbidt; en als je enige twijfel of aarzeling over dat hebt, dan bevind je je nog steeds buiten de Islam. Iedereen weet dat de Moeshrikeen van Mekka begrepen wat de profeet [صلى الله عليه وسلم] bedoelde met het zeggen van “Er is geen God behalve Allah”. Zij begrepen het en zij geloofden het, maar zij weigerden arrogant het te bekennen. Dus baatte hun geloof in de Ene God, de Voorziener, de Schenker van Leven en Dood, hen totaal niet. Toen de Profeet [صلى الله عليه وسلم] hen vertelde:

“Zeg: “Er is geen god behalve Allah”, zeiden zij:

جَعَلَ الْآلِهَةَ إِلَـٰهًا وَاحِدًا ۖ إِنَّ هَـٰذَا لَشَيْءٌ عُجَابٌ

“Heeft hij van vele Goden één God gemaakt? Dit is voorzeker iets eigenaardigs.” [Soerat Saad: 5]

Het vreemde is dat terwijl de Koefaar weten dat de geloofsverklaring meer dan het enkel zeggen van woorden is, sommige mensen die beweren Moslims te zijn dit niet weten. Zij denken dat deze vermeldingen betekenen dat een eenvoudige uiting van de woorden “Er is geen god dan Allah”, waarbij geen van z’n betekenissen het hart binnengaan, alles is dat vereist wordt. Maar mensen met verstand begrijpen dat het betekent dat er geen Schepper is anders dan Allah [سبحانه وتعالى]; geen andere Voorziener, Schenker van Leven en Veroorzaker van de Dood en niemand Die alles onder Zijn macht heeft.

Er is echter nog steeds geen voordeel in het weten wat de geloofsverklaring betekent al je zonder enig geloof bent. Dit werpt een nieuw licht op de betekenis van de vermeldingen waarin de profeet [صلى الله عليه وسلم] de eenvoudige herhaling van deze woorden noemt:

قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: “أمرت أن أقاتل الناس حتى يقولوا لا إله إلا الله.” صحيح مسلم

Ik ben bevolen tegen de mensheid te strijden totdat zij zeggen: “Er is geen god behalve Allah.” [Deel van Hadith in Sahih Moeslim]

Sommige mensen hopen hiermee aan te duiden dat een ieder die de geloofsverklaring reciteert geen ongelovige is en dat we degene niet moeten bestrijden, ongeacht hetgeen hij doet. Deze mensen moeten zich herinneren dat de profeet [صلى الله عليه وسلم] tegen de joden vocht en hen vervloekte zelfs ofschoon zij zeiden: “Er is geen god dan Allah.”

En niet alleen dit, maar de metgezellen van de profeet [صلى الله عليه وسلم] vochten tegen de Bani Hanifa die niet alleen zeiden “Er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn boodschapper”, maar zij baden ook en beweerden Moslims te zijn. Dit gold ook voor de mensen die Ali ibn Abi Talib [رضي الله عنه] levend verbrandde i.v.m het zeggen dat hij een incarnatie was van Allah [سبحانه وتعالى].

Als je deze mensen echter vraagt over het geval van iemand die het opwekken van de doden ontkent, zeggen zij dat degene niet gelooft en dat we tegen hem moeten vechten, zelfs als hij zegt “Er is geen god behalve Allah”. Zij zijn het erover eens dat een ieder die één van de vijf zuilen van de Islam bestrijd, ongeloof toont en bestreden moet worden met de pen en het zwaard, zelfs ofschoon hij de geloofsverklaring heeft uitgesproken.

De tegenstrijdigheid hier is dat geen van deze ontkenningen het centrale principe betreft, nl.: de bevestiging van de Goddelijke Eénheid. En nog zijn deze mensen bereid tegen hen te vechten, maar wanneer het een zaak betreft van iemand die de essentie van geloof ontkent, de Goddelijke Eénheid van Allah, dan voorzien zij hem van een excuus voor z’n ontkenning, zelfs ofschoon het de bron en basis van de Deen [religie] is.

Dus wordt het duidelijk dat deze mensen de vijanden van Allah [سبحانه وتعالى] zijn en dat zij de betekenis van wat de profeet [صلى الله عليه وسلم] heeft gezegd helemaal niet hebben begrepen. Het is wel bekend dat wanneer een man verklaart Moslim te zijn, wij voorzichtigheid jegens hem moeten handelen totdat hij iets doet dat duidelijk zijn bewering weerlegt. Allah [سبحانه وتعالى] zegt:

يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا ضَرَبْتُمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ فَتَبَيَّنُوا وَلَا تَقُولُوا لِمَنْ أَلْقَىٰ إِلَيْكُمُ السَّلَامَ لَسْتَ مُؤْمِنًا تَبْتَغُونَ عَرَضَ الْحَيَاةِ الدُّنْيَا فَعِندَ اللَّهِ مَغَانِمُ كَثِيرَةٌ ۚ كَذَ‌ٰلِكَ كُنتُم مِّن قَبْلُ فَمَنَّ اللَّهُ عَلَيْكُمْ فَتَبَيَّنُوا ۚ إِنَّ اللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا

“O, gij die gelooft, wanneer gij voor Allah’s zaak oprukt, onderzoekt dan en zegt niet tegen iemand die u met de vredesgroet begroet: “Gij zijt geen gelovige”. Zoekt gij de goederen van dit leven? Bij Allah zijn goede dingen in overvloed. Zo waart gij voordien maar Allah bewees u Zijn gunst; stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in. Voorzeker, Allah weet, wat gij doet.” [Soerat An-Nisaa: 94]


Dit vers toont de noodzaak van terughoudendheid tot de tijd wanneer je zeker over de situatie bent, aangezien Allah [سبحانه وتعالى] zegt: “stelt daaromtrent een nauwkeurig onderzoek in.” Als het duidelijk is dat degene niet volgens de Islam leeft, bevecht hem dan. Indien dit niet het geval zou zijn, dan zou het bevel om de situatie te verifiëren voor het vechten betekenisloos zijn.

De profeet [صلى الله عليه وسلم] zei ook over Khawaridj [afgescheidenen]:

قال رسول الله صلى الله عليه وسلم على الخوارج: “أينما لقيتموهم فأقتلوهم لئن أدركتهم لقتلتهم قتل عاد.” صحيح مسلم

“Waar je ze ook vindt bevecht ze, want als ik ze zou ontdekken zou ik ze volkomen vernietigen, zoals de mensen van ‘Aad werden vernietigd.” [Sahih Moeslim]


Hij zei dit zelfs ofschoon ze uitermate oplettend waren in hun toewijding en in hun aanbidding, zo veel dat de metgezellen met wie zij studeerden, zich vernederd voor hen voelde. Hun geloofsverklaring baatte hen echter niet, evenals de volledigheid van hun aanbidding niet, noch hun verdiensten aan de Islam.

Ieder intelligent persoon weet dat als deze hele zaak van één enkel woord zou afhangen , het een eenvoudig iets voor Qoeraysh was geweest om te zeggen. Zij zouden hebben gezegd ”La illaha illa Allah” [Er is geen god behalve Allah] en zichzelf van een hoop problemen en hun goden van spot hebben gered. Maar zij wisten dat de geloofsverklaring ook een verplichting inhield en het was deze verplichting die hun macht en positie in het land bedreigden.

Het punt hier is dat de Islam een macht is die alle mensen bevrijdt van onjuiste slavernij van een persoon t.o.v. een andere. Het plaatst de mensheid in dienst van de Ene, de Almachtige. De graad van hun vrees voor Allah [سبحانه وتعالى] werd de maatstaf van hun waarde en uitmuntendheid onder mensen. De gewoonten geërfd van ouders en grootouders uit de Djahiliyyah [pre-Islamitische tijd], hadden dus geen plaats. Iedere goede, oprechte Moslim moet naar de volledige totstandkoming van de geloofsverklaring streven, ten einde dat ieder van ons Allah met begrip, kennis en zekerheid zal aanbidden. Dit is de ware uitdaging van de Islam.

wa Allahu a3lem

Moge Allah [سبحانه وتعالى] ons allen leiden naar de Waarheid en ons standvastig maken daarop. En onze laatste woorden zijn Al-Hamdulillahi Rabbi Al-’Alameen.





Sheikh Mohammad Sa’eed Al-Qahtani in zijn boek;

‘Al-Wala Wa’l Bara.’
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
De Geloofsverklaring: Op de tong en in het hart
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Tawhied :: Tawhied &Shirk-
Ga naar: