UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Surah Al-Moddassir

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: Surah Al-Moddassir   za jan 12, 2013 2:05 pm


بِسۡمِ اللّٰہِ الرَّحۡمٰنِ الرَّحِیۡمِ

یٰۤاَیُّہَا الۡمُدَّثِّرُ ۙ﴿۱﴾

074.001 Ya ayyuha almuddaththiru

1. O u die u omhult!


قُمۡ فَاَنۡذِرۡ ۪ۙ﴿۲﴾

074.002 Qum faanthir

2. Sta op en waarschuw,


وَ رَبَّکَ فَکَبِّرۡ ۪﴿ۙ۳﴾

074.003 Warabbaka fakabbir

3. En verkondig de Grootheid van uw Heer,


وَ ثِیَابَکَ فَطَہِّرۡ ۪﴿ۙ۴﴾

074.004 Wathiyabaka fatahhir

4. En reinig uw hart.


وَ الرُّجۡزَ فَاہۡجُرۡ ۪﴿ۙ۵﴾

074.005 Waalrrujza faohjur

5. En vlied de onreinheid.


وَ لَا تَمۡنُنۡ تَسۡتَکۡثِرُ ۪﴿ۙ۶﴾

074.006 Wala tamnun tastakthiru

6. Bewijs geen gunsten om u daardoor te verrijken.


وَ لِرَبِّکَ فَاصۡبِرۡ ؕ﴿۷﴾

074.007 Walirabbika faisbir

7. En wees geduldig ter wille van uw Heer.


فَاِذَا نُقِرَ فِی النَّاقُوۡرِ ۙ﴿۸﴾

074.008 Fa-itha nuqira fee alnnaqoori

8. Want als de bazuin wordt geblazen,


فَذٰلِکَ یَوۡمَئِذٍ یَّوۡمٌ عَسِیۡرٌ ۙ﴿۹﴾

074.009 Fathalika yawma-ithin yawmun AAaseerun

9. Die Dag zal een moeilijke dag zijn.


عَلَی الۡکٰفِرِیۡنَ غَیۡرُ یَسِیۡرٍ ﴿۱۰﴾

074.010 AAala alkafireena ghayru yaseerin

10. Niet gemakkelijk voor de ongelovigen.


ذَرۡنِیۡ وَ مَنۡ خَلَقۡتُ وَحِیۡدًا ﴿ۙ۱۱﴾

074.011 Tharnee waman khalaqtu waheedan

11. Laat Mij alleen met hem die Ik schiep.


وَّ جَعَلۡتُ لَہٗ مَالًا مَّمۡدُوۡدًا ﴿ۙ۱۲﴾

074.012 WajaAAaltu lahu malan mamdoodan

12. Ik heb hem overvloedig bezit gegeven.


وَّ بَنِیۡنَ شُہُوۡدًا ﴿ۙ۱۳﴾

074.013 Wabaneena shuhoodan

13. En zonen die bij hem zijn.


وَّ مَہَّدۡتُّ لَہٗ تَمۡہِیۡدًا ﴿ۙ۱۴﴾

074.014 Wamahhadtu lahu tamheedan

14. En ik verschafte hem elk gemak.


ثُمَّ یَطۡمَعُ اَنۡ اَزِیۡدَ ﴿٭ۙ۱۵﴾

074.015 Thumma yatmaAAu an azeeda

15. Toch verlangt hij dat Ik hem nog meer zal geven.


کَلَّا ؕ اِنَّہٗ کَانَ لِاٰیٰتِنَا عَنِیۡدًا ﴿ؕ۱۶﴾

074.016 Kalla innahu kana li-ayatina AAaneedan

16. Stellig niet; want hij was vijandig tegenover Onze boodschappen.


سَاُرۡہِقُہٗ صَعُوۡدًا ﴿ؕ۱۷﴾

074.017 Saorhiquhu saAAoodan

17. Hem zal Ik een zware straf opleggen.


اِنَّہٗ فَکَّرَ وَ قَدَّرَ ﴿ۙ۱۸﴾

074.018 Innahu fakkara waqaddara

18. Ziet! Hij dacht na en hij besloot!


فَقُتِلَ کَیۡفَ قَدَّرَ ﴿ۙ۱۹﴾

074.019 Faqutila kayfa qaddara

19. Vervloekt zij hij, hoe besloot hij!


ثُمَّ قُتِلَ کَیۡفَ قَدَّرَ ﴿ۙ۲۰﴾

074.020 Thumma qutila kayfa qaddara

20. Nogmaals, vervloekt zij hij! Hoe be sloot hij!


ثُمَّ نَظَرَ ﴿ۙ۲۱﴾

074.021 Thumma nathara

21. Toen keek hij (om zich heen),


ثُمَّ عَبَسَ وَ بَسَرَ ﴿ۙ۲۲﴾

074.022 Thumma AAabasa wabasara

22. Daarna fronste hij zijn voorhoofd en keek nors.


ثُمَّ اَدۡبَرَ وَ اسۡتَکۡبَرَ ﴿ۙ۲۳﴾

074.023 Thumma adbara waistakbara

23. Dan keerde hij zich om en toonde zich hovaardig.


فَقَالَ اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا سِحۡرٌ یُّؤۡثَرُ ﴿ۙ۲۴﴾

074.024 Faqala in hatha illa sihrun yu/tharu

24. Hij zei: "Dit is niets dan een nagebootste tovenarij.


اِنۡ ہٰذَاۤ اِلَّا قَوۡلُ الۡبَشَرِ ﴿ؕ۲۵﴾

074.025 In hatha illa qawlu albashari

25. Dit is slechts het woord van een mens."


سَاُصۡلِیۡہِ سَقَرَ ﴿۲۶﴾

074.026 Saosleehi saqara

26. Weldra zal Ik hem in het Vuur werpen.


وَ مَاۤ اَدۡرٰىکَ مَا سَقَرُ ﴿ؕ۲۷﴾

074.027 Wama adraka ma saqaru

27. En wat weet u wat het Vuur der hel is?


لَا تُبۡقِیۡ وَ لَا تَذَرُ ﴿ۚ۲۸﴾

074.028 La tubqee wala tatharu

28. Het ontziet niets, noch laat het iets (onverteerd) achter,


لَوَّاحَۃٌ لِّلۡبَشَرِ ﴿ۚۖ۲۹﴾

074.029 Lawwahatun lilbashari

29. Het verschroeit het gezicht.


عَلَیۡہَا تِسۡعَۃَ عَشَرَ ﴿ؕ۳۰﴾

074.030 AAalayha tisAAata AAashara

30. Daarover waken er negentien (engelen).


وَ مَا جَعَلۡنَاۤ اَصۡحٰبَ النَّارِ اِلَّا مَلٰٓئِکَۃً ۪ وَّ مَا جَعَلۡنَا عِدَّتَہُمۡ اِلَّا فِتۡنَۃً لِّلَّذِیۡنَ کَفَرُوۡا ۙ لِیَسۡتَیۡقِنَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ یَزۡدَادَ الَّذِیۡنَ اٰمَنُوۡۤا اِیۡمَانًا وَّ لَا یَرۡتَابَ الَّذِیۡنَ اُوۡتُوا الۡکِتٰبَ وَ الۡمُؤۡمِنُوۡنَ ۙ وَ لِیَقُوۡلَ الَّذِیۡنَ فِیۡ قُلُوۡبِہِمۡ مَّرَضٌ وَّ الۡکٰفِرُوۡنَ مَاذَاۤ اَرَادَ اللّٰہُ بِہٰذَا مَثَلًا ؕ کَذٰلِکَ یُضِلُّ اللّٰہُ مَنۡ یَّشَآءُ وَ یَہۡدِیۡ مَنۡ یَّشَآءُ ؕ وَ مَا یَعۡلَمُ جُنُوۡدَ رَبِّکَ اِلَّا ہُوَ ؕ وَ مَا ہِیَ اِلَّا ذِکۡرٰی لِلۡبَشَرِ ﴿٪۳۱﴾

074.031 Wama jaAAalna as-haba alnnari illa mala-ikatan wama jaAAalna AAiddatahum illa fitnatan lillatheena kafaroo liyastayqina allatheena ootoo alkitaba wayazdada allatheena amanoo eemanan wala yartaba allatheena ootoo alkitaba waalmu/minoona waliyaqoola allatheena fee quloobihim maradun waalkafiroona matha arada Allahu bihatha mathalan kathalika yudillu Allahu man yashao wayahdee man yashao wama yaAAlamu junooda rabbika illa huwa wama hiya illa thikra lilbashari

31. En Wij hebben niets dan engelen tot wachters van het Vuur gemaakt. En Wij hebben hun getal niet vastgesteld, dan tot beproeving der ongelovigen, opdat wie het Boek is gegeven zekerheid mogen verkrijgen en dat de gelovigen in geloof mogen toenemen en opdat de mensen van het Boek en de gelovigen niet zullen twijfelen. En dat degenen in wier hart een ziekte is en degenen die ongelovig zijn, mogen zeggen: "Wat bedoelt Allah met deze gelijkenis?" Zo laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil. Niemand kent de legerscharen van uw Heer dan Hij. Dit is niets dan een vermaning voor de mensheid.


کَلَّا وَ الۡقَمَرِ ﴿ۙ۳۲﴾

074.032 Kalla waalqamari

32. Nee, bij de maan,


وَ الَّیۡلِ اِذۡ اَدۡبَرَ ﴿ۙ۳۳﴾

074.033 Waallayli ith adbara

33. En de nacht als zij heengaat


وَ الصُّبۡحِ اِذَاۤ اَسۡفَرَ ﴿ۙ۳۴﴾

074.034 Waalssubhi itha asfara

34. En de dageraad wanneer zij gloort,


اِنَّہَا لَاِحۡدَی الۡکُبَرِ ﴿ۙ۳۵﴾

074.035 Innaha la-ihda alkubari

35. Waarlijk, het is een der grootste tijdingen,


نَذِیۡرًا لِّلۡبَشَرِ ﴿ۙ۳۶﴾

074.036 Natheeran lilbashari

36. Een waarschuwing voor de mensen.


لِمَنۡ شَآءَ مِنۡکُمۡ اَنۡ یَّتَقَدَّمَ اَوۡ یَتَاَخَّرَ ﴿ؕ۳۷﴾

074.037 Liman shaa minkum an yataqaddama aw yataakhkhara

37. Aan degene onder u, die vooruit wenst te gaan of degene die wil achterblijven,


کُلُّ نَفۡسٍۭ بِمَا کَسَبَتۡ رَہِیۡنَۃٌ ﴿ۙ۳۸﴾

074.038 Kullu nafsin bima kasabat raheenatun

38. Elke ziel is als een pand voor hetgeen zij doet.


اِلَّاۤ اَصۡحٰبَ الۡیَمِیۡنِ ﴿ؕۛ۳۹﴾

074.039 Illa as-haba alyameeni

39. Maardegenen aan de rechter hand


فِیۡ جَنّٰتٍ ۟ؕۛ یَتَسَآءَلُوۡنَ ﴿ۙ۴۰﴾

074.040 Fee jannatin yatasaaloona

40. In tuinen (wonende) vragen zij:


عَنِ الۡمُجۡرِمِیۡنَ ﴿ۙ۴۱﴾

074.041 AAani almujrimeena

41. Aan de schuldigen


مَا سَلَکَکُمۡ فِیۡ سَقَرَ ﴿۴۲﴾

074.042 Ma salakakum fee saqara

42. "Wat heeft u in de hel gebracht?"


قَالُوۡا لَمۡ نَکُ مِنَ الۡمُصَلِّیۡنَ ﴿ۙ۴۳﴾

074.043 Qaloo lam naku mina almusalleena

43. Zij zullen antwoorden: "Wij behoorden niet tot hen die plachten te bidden.


وَ لَمۡ نَکُ نُطۡعِمُ الۡمِسۡکِیۡنَ ﴿ۙ۴۴﴾

074.044 Walam naku nutAAimu almiskeena

44. Noch voedden wij de armen.


وَ کُنَّا نَخُوۡضُ مَعَ الۡخَآئِضِیۡنَ ﴿ۙ۴۵﴾

074.045 Wakunna nakhoodu maAAa alkha-ideena

45. En wij plachten ijdele gesprekken te voeren met hen die ijdele gesprekken voerden.


وَ کُنَّا نُکَذِّبُ بِیَوۡمِ الدِّیۡنِ ﴿ۙ۴۶﴾

074.046 Wakunna nukaththibu biyawmi alddeeni

46. En wij plachten de Dag des Oordeels te loochenen.


حَتّٰۤی اَتٰىنَا الۡیَقِیۡنُ ﴿ؕ۴۷﴾

074.047 Hatta atana alyaqeenu

47. Totdat de dood ons overviel."


فَمَا تَنۡفَعُہُمۡ شَفَاعَۃُ الشّٰفِعِیۡنَ ﴿ؕ۴۸﴾

074.048 Fama tanfaAAuhum shafaAAatu alshshafiAAeena

48. De tussenkomst van bemiddelaars zal hen daarom niets baten.


فَمَا لَہُمۡ عَنِ التَّذۡکِرَۃِ مُعۡرِضِیۡنَ ﴿ۙ۴۹﴾

074.049 Fama lahum AAani alttathkirati muAArideena

49. Wat scheelt hun dat zij zich van de vermaning afwenden


کَاَنَّہُمۡ حُمُرٌ مُّسۡتَنۡفِرَۃٌ ﴿ۙ۵۰﴾

074.050 Kaannahum humurun mustanfiratun

50. Als bange ezels,


فَرَّتۡ مِنۡ قَسۡوَرَۃٍ ﴿ؕ۵۱﴾

074.051 Farrat min qaswaratin

51. Vluchtende voor een leeuw?


بَلۡ یُرِیۡدُ کُلُّ امۡرِیًٔ مِّنۡہُمۡ اَنۡ یُّؤۡتٰی صُحُفًا مُّنَشَّرَۃً ﴿ۙ۵۲﴾

074.052 Bal yureedu kullu imri-in minhum an yu/ta suhufan munashsharatan

52. Nee, ieder van hen wenst dat hem opengeslagen bladzijden zullen worden getoond.


کَلَّا ؕ بَلۡ لَّا یَخَافُوۡنَ الۡاٰخِرَۃَ ﴿ؕ۵۳﴾

074.053 Kalla bal la yakhafoona al-akhirata

53. Voorwaar, zij vrezen het Hiernamaals niet!


کَلَّاۤ اِنَّہٗ تَذۡکِرَۃٌ ﴿ۚ۵۴﴾

074.054 Kalla innahu tathkiratun

54. Nee, waarlijk, dit is een vermaning.


فَمَنۡ شَآءَ ذَکَرَہٗ ﴿ؕ۵۵﴾

074.055 Faman shaa thakarahu

55. Die wil, trekke er lering uit.


وَ مَا یَذۡکُرُوۡنَ اِلَّاۤ اَنۡ یَّشَآءَ اللّٰہُ ؕ ہُوَ اَہۡلُ التَّقۡوٰی وَ اَہۡلُ الۡمَغۡفِرَۃِ ﴿٪۵۶﴾

074.056 Wama yathkuroona illa an yashaa Allahu huwa ahlu alttaqwa waahlu almaghfirati

56. Maarzij zullen er geen lering uit trekken tenzij Allah het wil. Hij is Waardig, dat men Hem vreest, en Hij is de Heer der vergiffenis.
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
Surah Al-Moddassir
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Quran :: Volledige Quran: Arabisch, Nederlandse interpretatie en fonetisch-
Ga naar: