UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Hadith 04: De Voorbeschikking

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: Hadith 04: De Voorbeschikking   ma feb 04, 2013 10:36 am



Aboe Abdur-Rahmaan Abdullah ibnoe Masoed overlevert: “De Boodschapper van Allah - vrede zij met hem -, en hij is de Waarheidsgetrouwe, de Geloofswaardige, heeft ons verteld “Waarlijk, de schepping van eenieder van jullie vindt plaats in de buik van zijn moeder, dit gedurende veertig dagen in de vorm van een noetfah (levenskiem). Daarna is het net zo lang een alaqah (bloedklonter). Vervolgens is het net zo lang een moedghah (een vleeskauwsel). Dan wordt er een Engel naar hem gestuurd die in hem de ziel blaast en die belast is met de volgende vier zaken; het opschrijven van:

Zijn levensonderhoud
Zijn sterfdag
Zijn daden
En of hij een ellendeling of gelukzalige zal zijn (in het Hiernamaals).
Bij Allah, buiten Wie er geen god is, iemand van jullie zal werkelijk het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en dit (Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is, dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, waarna hij deze (uiteindelijk) zal binnentreden. En (zo ook) zal iemand van jullie het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, totdat er tussen hem en deze (Hel) niet meer dan een armslengte afstand is, dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, waarna hij dit (uiteindelijk) zal binnentreden.” (Overgeleverd door al-Boekhaari en Moeslim)


Uitleg
Deze overlevering is de vierde overlevering van imam an-Nawawi waarin ons verteld wordt hoe de schepping van de mens zich ontwikkelt in de schoot van zijn moeder en hoe zijn sterfdag, levensonderhoud en dergelijke zaken worden bepaald.

Abdullah ibnoe Masoed zegt: “De Boodschapper van Allah - vrede zij met hem - en hij is de Waarheidsgetrouwe, de Geloofswaardige, heeft ons verteld.” Waarheidsgetrouw betreffende datgene wat hij vertelt en hij is geloofwaardig betreffende datgene wat aan hem is geopenbaard. Abdullah ibnoe Masoed begon met deze inleiding, omdat de zaken die in deze overlevering verteld worden tot het Ongeziene behoren die slechts middels Openbaring bekend kunnen worden gemaakt.

Wat leert deze overlevering ons?

Er wordt ons verteld hoe de mens zich in de schoot van zijn moeder ontwikkelt. Hierin worden de volgende vier fasen genoemd:

De ontwikkeling van de noetfah (levenskiem) voor de duur van veertig dagen.
De ontwikkeling van de alaqah (bloedklonter) voor de duur van veertig dagen.
De ontwikkeling van de moedghah (vleeskauwsel) voor de duur veertig dagen.
De laatste ontwikkeling vindt plaats nadat de ziel ingeblazen wordt.
Een embryo ontwikkelt zich dus volgens de hierboven genoemde ontwikkelingsfasen.

De eerste vier maanden kan er niet gezegd worden dat het embryo een levend mens is. Op basis daarvan kunnen we zeggen dat als vóór het verstrijken van de vier maanden sprake is van een miskraam, hij niet gewassen wordt noch in een lijkengewaad (kafan) wordt gehuld en er wordt geen dodengebed voor hem verricht. Dit omdat hier niet gesproken kan worden van een mens.

Na vier maanden wordt in het embryo de ziel ingeblazen. Vanaf dat moment is het embryo een levend mens. Als er na deze periode sprake is van een miskraam, dan wordt het gewassen, in een kafan gehuld en wordt er het dodengebed voor verricht, zoals dit ook het geval zou zijn als de negen maanden voltooid waren.
.
Er is een Engel die over datgene wat zich in de baarmoeders bevindt is aangesteld. Dit op basis van de uitspraak van de Profeet - vrede zij met hem -: “Dan wordt er een Engel naar hem gestuurd...”

De volgende zaken worden voor de mens vastgelegd, terwijl hij zich in de schoot van zijn moeder bevindt: zijn levensonderhoud, zijn daden, zijn sterfdag en of hij ellendig of gelukzalig zal zijn.

Een ander punt dat deze overlevering ons leert is de Wijsheid en Alwetendheid van Allah. Alles bij Hem heeft een vastgesteld tijdstip dat niet vervroegd noch uitgesteld wordt.

Men dient angst en vrees te hebben, want de Profeet - vrede zij met hem - vertelde ons het volgende: “Iemand van jullie zal werkelijk het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en dit (Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is, dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, waarna hij deze (uiteindelijk) zal binnentreden.”

Men dient de hoop niet op te geven want de mens kan zonden verrichten voor een lange periode, waarna Allah hem alsnog leiding schenkt op zijn oude dag. Maar wat als iemand vraagt: “Welke wijsheid schuilt er achter het feit dat Allah iemand in de steek laat die het soort daden verricht van de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en het Paradijs nog maar (een afstand) van een armslengte is en hem dan datgene overkomt dat voor hem voorbeschikt is en hij het soort daden zal verrichten van de mensen van de Hel en daarin terecht zal komen?”

Het antwoord hierop is als volgt: “De wijsheid hiervan is dat het voor ons wellicht lijkt dat deze persoon goede daden verricht, maar in werkelijkheid slechte en verdorven intenties heeft. Uiteindelijk krijgen deze verdorven intenties de overhand en zal zijn leven een slechte afloop kennen. Moge Allah ons hiervoor behoeden. Vandaar dat met de volgende woorden ‘totdat er tussen hem en dit (Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is,’ niet gedoeld wordt op het toenadering van het Paradijs door de mens middels zijn daden, maar op het naderen van zijn sterfdag.

Bron: Uit het Boek, Veertig Hadith Nawawi
Samengesteld door: Al-Imam Aboe Zakariya Yahya bin Sharaf An-Nawawi Ad-Dimashqi
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
Hadith 04: De Voorbeschikking
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Ahadith :: 40 Hadith an-nawawi-
Ga naar: