UMMATUN WAHIDA
وَ اِنَّ ہٰذِہٖۤ اُمَّتُکُمۡ اُمَّۃً وَّاحِدَۃً وَّ اَنَا رَبُّکُمۡ فَاتَّقُوۡنِ ۵۲﴾
Wa-inna hathihi ommatukum ommatan wahidatan waana rabbukum faittaqooni

En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
{Qs al Muminun ayah 52}

UMMATUN WAHIDA

Wa-inna hathihi ommatukum UMMATUN WAHIDATAN waana rabbukum faittaqooni En voorwaar, deze godsdienst (de Islam) is jullie godsdienst, de enigste. En Ik ben jullie Heer, vreest Mij daarom.
 
IndexZoekenRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Hadith 10: Het eten van datgene wat toegestaan is

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Ummatun_wahida
Admin
avatar

Aantal berichten : 419
Registratiedatum : 09-12-12

BerichtOnderwerp: Hadith 10: Het eten van datgene wat toegestaan is   ma feb 04, 2013 11:33 am




Aboe Hoerayrah overlevert dat de Profeet heeft gezegd: “Allah, de Verhevene, is goed en aanvaardt alleen het goede. En Allah heeft de gelovigen datgene opgedragen wat Hij de Boodschappers heeft opgedragen. Hij, de Verhevene, zegt (interpretatie van de betekenis):

“O boodschappers, eet van de goedheden en verricht goede daden.”
(Soerat al-Moe’minoen: 51)
En Allah, de Verhevene, zegt:

“O jullie die geloven, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) waarvan Wij jullie hebben voorzien.”
(Soerat al-Baqarah: 172)


Daarna vertelde hij over een man, die een lange reis maakt, met verwarde haren en onder het stof, die zijn handen ter hemel strekt (smekende): “O, Heer! O, Heer!” Dit terwijl zijn eten haraam is, zijn drinken haraam is, zijn kleding haraam is en hij door haraam wordt gevoed. Hoe kan hij dan verhoord worden?”
(Overgeleverd door Moeslim)


Uitleg

‘Allah, de Verhevene, is goed en aanvaardt alleen het goede.’ Hiermee wordt bedoeld dat Allah Zelf goed is. Hij is goed wat betreft Zijn Eigenschappen en Daden. Hij accepteert slechts datgene wat goed is en datgene wat op een goede (toegestane) manier verdiend is. Wat betreft datgene wat slecht is, zoals bedwelmende drank en wat op een slechte manier wordt verdiend, zoals de verdiensten uit rente, Allah accepteert dit niet. Dit op basis van de volgende woorden van de Profeet: “En Allah heeft de gelovigen datgene opgedragen wat Hij de Boodschappers heeft opgedragen. Hij, de Verhevene, zegt:

“O boodschappers, eet van de goedheden en verricht goede daden.” (Soerat al-Moe’minoen: 51)


De opdracht van Allah aan de Profeten en de gelovigen is één en dezelfde; namelijk dat zij van de goede zaken dienen te eten en de verwerpelijke zaken zijn hen verboden. Dit op basis van de Woorden van Allah waarmee Hij Zijn Boodschapper beschrijft:
“Hij beveelt hen het goede en hij verbiedt hen het verwerpelijke, en hij staat hen de goede dingen toe en hij verbiedt hen de slechte dingen.” (Soerat al-Araaf: 157)

Daarna vertelde de Profeet (vrede zij met hem) dat het verhoren van de smeekbede van deze man achterwege bleef, omdat zijn voedsel verboden was. Ondanks dat de vereiste middelen aanwezig waren om verhoord te worden. Hij vertelde ‘over een man, die een lange reis maakt, met verwarde haren en onder het stof, die zijn handen ter hemel strekt (zeggende): “O, Heer! O, Heer!” Dit terwijl zijn eten haraam is, zijn drinken haraam is, zijn kleding haraam is en hij door haraam wordt gevoed. Hoe kan hij dan verhoord worden?’

De volgende vier kenmerken worden van deze man beschreven:

Hij maakt een lange reis. Dit kan ertoe leiden dat de smeekbede van een dienaar verhoord wordt.
Zijn haren waren verward en hij zat onder het stof. Allah, de Verhevene, is met degenen wiens harten gekweld zijn omwille van Hem. Hij kijkt naar Zijn dienaren op de Dag van Arafah en zegt: “Zij kwamen tot Mij met verwarde haren en onder het stof.” Dit behoort ook tot de redenen voor het verhoord worden van smeekbeden.
Hij strekte zijn handen uit naar de hemel. Ook dit behoort tot de redenen voor het verhoord worden van de smeekbeden. Allah acht het Hem onwaardig wanneer Zijn dienaar zijn handen naar Hem opheft, dat Hij hem vervolgens met lege handen achterlaat.
Zijn smeekbede tot Allah:“O Heer! O Heer!”Dit is een poging van toenadering tot Allah middels het aanroepen van Zijn Heerschappij. Ook dit behoort tot de redenen voor het verhoord worden van de smeekbede.
Ondanks al deze aanwezige zaken wordt zijn smeekbede niet verhoord, omdat zijn eten, drinken en kleding haraam zijn. Dit is de reden waarom de Profeet (vrede zij met hem) zei dat het onwaarschijnlijk was dat de smeekbede van deze man verhoord zou worden. Hij zei: “Hoe kan hij dan verhoord worden?”


Wat leert deze overlevering ons?

Allah, de Verhevene, Zelf is goed en Hij is goed wat betreft Zijn Eigenschappen en Daden. Het stellen van Allah boven elke vorm van tekortkoming. De wetenschap dat er daden zijn die Allah wel accepteert en daden die Hij niet accepteert.
Allah, de Verhevene, heeft Zijn Boodschappers en de mensen naar wie zij gestuurd zijn bevolen om van de reine zaken te eten en dat zij Hem dankbaar moeten zijn. Het dankbaar zijn van Allah behoort tot de goede daden, dit op basis van de volgende Woorden van Allah:

“O boodschappers, eet van de goedheden en verricht goede daden.”
(Soerat al-Moe’minoen: 51)

En Allah, de Verhevene, zegt tegen de gelovigen:

“O jullie die geloven, eet van de goedheden (wat betreft voedsel) waarvan Wij jullie hebben voorzien en weest Allah dankbaar.” (Soerat al-Baqarah: 172)


Wil iemand dat zijn smeekbede verhoord wordt, dan moet hij weten dat het vermijden van haraam eten en drinken hiervoor een voorwaarde is, dit op basis van de uitspraak van de Profeet : “Hoe kan hij dan verhoord worden?
Tot de redenen die ertoe leiden dat een smeekbede verhoord wordt, behoren:
Het feit dat men op reis is.
Het heffen van de handen naar de hemel.
Het toenadering zoeken tot Allah middels het aanroepen van Zijn Heerschappij. Allah is immers de enige ware Heer, Hij is de Schepper en de Bestuurder (van het universum).
De boodschappers werden net als de gelovigen belast met het verrichten van daden van aanbidding.
De verplichting om Allah dankbaar te zijn voor Zijn gunsten, dit op basis van de volgende uitspraak van Allah, de Verhevene:
“...En weest Allah dankbaar.” (Soerat al-Baqarah: 172)


Het is niet slechts gewenst, maar zelfs verplicht dat iemand daden verricht die ertoe leiden dat zijn smeekbeden verhoord zullen worden. Daarnaast dient men daden te vermijden die een belemmering vormen voor het verhoord worden van de smeekbeden.






Bron: Uit het Boek, Veertig Hadith Nawawi
Samengesteld door: Al-Imam Aboe Zakariya Yahya bin Sharaf An-Nawawi Ad-Dimashqi


Terug naar boven Go down
Profiel bekijken http://ummatun-wahida.1forum.biz
 
Hadith 10: Het eten van datgene wat toegestaan is
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
UMMATUN WAHIDA :: Ahadith :: 40 Hadith an-nawawi-
Ga naar: